Van de bijna 15.000 melkveebedrijven in Nederland blijft ruim 82 procent onder de 2,6 grootvee-eenheden (GVE) per hectare (ha). Ruim 68 procent blijft onder de 2,3 GVE/ha. Het aantal bedrijven met minder dan 2 GVE/ha bedraagt ruim 44 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De cijfers zijn relevant, omdat landbouwminister Carola Schouten vorig week de contouren van het nieuwe mestbeleid bekend maakte. De minister wil dat alle melkveebedrijven in Nederland over tien jaar volledig grondgebonden zijn. Dat betekent dat er een maximum komt voor het aantal koeien (GVE) dat een melkveehouder per hectare mag houden.


Hoeveel GVE/ha nog onbekend

Hoeveel koeien dat er worden, is nu nog niet bekend en wordt voer voor discussie met de landbouworganisaties. Een norm van 2,3 GVE per hectare wordt vaak genoemd als realistisch. Dit zou betekenen dat bijna 70 procent van alle melkveebedrijven in Nederland al grondgebonden is. Een veel groter percentage dan in 2016, vóór het fosfaatreductieprogramma. Toen was het maar net de helft van de melkveehouders die aan onder de 2,3 GVE/ha uitkwam.

Melkveehouders hoeven de grond niet volledig in bezit of gebruik te hebben. Ze mogen om aan de norm te voldoen ook afspraken maken met buren of nabijgelegen akkerbouwers. Wat de maximale afstand straal rondom een melkveebedrijf wordt voor het meerekenen van hectares, is ook nog niet bekend.


Toekomstbestendige veehouderij

Met het grondgebonden maken van alle melkveebedrijven denkt de minister een belangrijke stap te zetten naar een toekomstbestendige veehouderij. ‘Toen ik aantrad als minister kwam ik er al snel achter dat het meststelsel ongelooflijk ingewikkeld is. Daar wil ik verandering in brengen. Ook lopen we continu tegen allerlei milieugrenzen aan. Boeren maken plannen en doen investeringen voor de lange termijn. Daarom willen zij houvast en perspectief voor de toekomst. Deze contouren doen daar recht aan en aan de milieu-opgaven waar we voor staan’, aldus de minister.

Of op regiogrond óf verwerken

De minister wil volledige grondgebondenheid van melkveebedrijven combineren met volledige mestverwerking op alle intensieve veebedrijven, die geen koeien en weinig grond hebben. Een combinatie van mest op eigen grond brengen en afvoeren is dan niet meer mogelijk. Volgens de minister verbetert met deze strikt scheiding de kwaliteit van het Nederlandse grond- en oppervlaktewater, wordt het meststelsel eenvoudiger en de mestketen transparanter.

Aantal melkveebedrijven per GVE-klasse, 2013 – 2019
2013 2016 2019 Cumulatief %  in 2019 cumulatief % in 2016
tot 2 GVE/ha 5973 4544 6597 44,21 27,53
2 tot 2,3 GVE/ha 3869 3747 3638 68,59 50,24
2,3 tot 2,6 GVE/ha 2848 3063 2025 82,16 68,8
2,6 GVE/ha of meer 4299 5138 2647 99,9 99,9
Geen cultuurgrond 12 11 16 100 100
Totaal 17001 16503 14923 100 100
Toelichting: In deze berekening zijn alle aanwezige koeien en vrouwelijke jongvee meegewogen. Niet andere diersoorten eventueel op melkveebedrijven aanwezig.
Bron: CBS

 

In magazine Agrarische Schouw, dat 24 september verschijnt, een uitgebreide analyse van de voor- en nadelen van het voorgestelde nieuwe mestbeleid.

Vorig artikelNieuw mestbeleid: alle melkveebedrijven grondgebonden
Volgend artikelEen zegen, staarten en hectares tellen